logo tekst vanvulpen

De concertcommissie van de Oude St. Nicolaaskerk heeft als doel door middel van de kerkmuziek mede invulling te geven aan het culturele leven binnen de gemeente IJsselstein. De gevarieerde muzikale activiteiten die ontplooid worden passen qua stijl bij het oude kerkgebouw, dat sinds eeuwen functioneert als huis waar Gods Woord tot mensen komt. In deze kerk komt de Hervormde Gemeente binnen de PKN samen. De Oude Sint Nicolaaskerk is gevestigd aan het Kronenburgplantsoen 2 te IJsselstein. Het parkeerbeleid in IJsselstein is gewijzigd (per april 2013). Om te parkeren kan het best gebruikgemaakt worden van de parkeergarage ‘Eiteren’. Gratis parkeren kan vanaf 19:00 uur op parkeertterrein Hazenveld.

De commissie bestaat uit:

  • Henk van Lingen (voorzitter)
  • Janny Gerritsen (secretaris)
  • Klaas Doornbos (penningmeester)
  • Gerrit Christiaan de Gier (adviserend lid)

Het adres van het secretariaat van de concertcommissie is: Concertcommissie Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein.

Mw. Jannie Gerritsen
Uranus 24
3402 JD IJSSELSTEIN
Tel.nr: 030-6885451

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

In 1971 werd het huidige Van Vulpen-orgel te IJsselstein geplaatst. Het Van Vulpen-orgel uit de Dom in Bremen(Du) had hiervoor model gestaan. Als opzet voor dit neo-barokke instrument was gekozen voor een 3-klaviers orgel op 16-voets basis met hoofdwerk, rugwerk en borstwerk. Het is in fasen afgebouwd: de oplevering in 1971, toevoeging van extra stemmen in 1976 (in rood) en oplevering van het derde klavier in 2002.

De dispositie tot 2002 was als volgt:

Hoofdwerk Rugwerk Borstwerk Pedaal 
Prestant 16 vt 
Prestant 8 vt 
Roerfluit 8 vt
Octaaf 4 vt 
Spitsfluit 4 vt
Quint 3 vt 
Octaaf 2 vt 
Mixtuur 6-8 st 
Trompet 8 vt 
Prestant 4 vt
Holpijp 8 vt 
Roerfluit 4 vt
Gemshoorn 2 vt
Nasard 1 1/3 vt
Sexquialter 2 vt
Scherp 4 vt 
Dulciaan 16 vt
Kromhoorn 8 vt
Tremulant
 Gereserveerd  Prestant 16 vt
Subbas 16 vt
Octaaf 8 vt
Octaaf 4 vt
Mixtuur 6 vt
Bazuin 16 vt
Trompet 8 vt
Schalmei 4 vt

Klavieromvang: C - f'''
Koppels:
Hoofdwerk - Pedaal
Rugwerk - Pedaal
Hoofdwerk - Rugwerk

In 1999 werd besloten het oorspronkelijke plan uit 1971 alsnog uit te voeren. Dit plan was indertijd om financiële redenen niet afgerond. Windvoorziening, klaviatuur en de ruimte voor een borstwerk waren al wel aanwezig. Als adviseur werd de heer Jan Jongepier aangetrokken, die in overleg met Gerrit Christiaan de Gier tot een gewijzigd voorstel kwam voor de invulling van de stemmen op het borstwerk. Hierbij werd gezocht naar een evenwicht in klankverdeling tussen de drie klavieren. Tegelijkertijd moest het karakter van elk van de drie werken een duidelijk eigen profiel krijgen. Aangezien het hoofdwerk gebouwd was op 16-voetsbasis, het rugwerk op 4-voetsbasis, lag een borstwerk op 2-voetsbasis in lijn met de plannen uit 1971. Het gewijzigde voorstel voorzag echter in een rugwerk op 8-voetsbasis en een borstwerk op 4-voetsbasis. Hiermee zou aan draagkracht gewonnen worden. Ook werd besloten de samenstelling van de vulstemmen aan te passen om meer volheid te bereiken. Enkele registers uit het oorspronkelijke rugwerk werden verplaatst naar het borstwerk. Aan borst- en rugwerk werden nieuwe stemmen toegevoegd. Dit leidde tot onderstaande dispositiewijziging en -uitbreiding. In 2002 werd het voltooide orgel opgeleverd. In 2006 is de gereserveerde koppel Pedaal-Borstwerk gerealiseerd. Dispositie sindsdien (rood = volledig
nieuw register; groen = gewijzigd register);

Hoofdwerk Rugwerk  Borstwerk  Pedaal 
Prestant 16 vt
Prestant 8 vt 
Roerfluit 8 vt
Octaaf 4 vt 
Spitsfluit 4 vt 
Quint 3 vt 
Octaaf 2 vt 
Mixtuur  5-6 st
Trompet 8 vt 
Prestant 8 vt
Holpijp 8 vt

Octaaf 4 vt
Octaaf 2 vt
Sifflet 1 vt 
Sexquialter 2 st 
Mixtuur 4 vt
Dulciaan 16 vt 
Kromhoorn 8 vt
Tremulant
Prestant 4 vt
Viola Di Gamba 8 vt 
Fluitdoes 8 vt
   
Roerfluit 4 vt   
Nasard 3 vt   
Gemshoorn 2 vt  
Vox Humana 8 vt 
Tremulant
Prestant 16 vt
Subbas 16 vt
Octaaf 8 vt
Octaaf 4 vt
Mixtuur 6 sterk
Bazuin 16 vt
Trompet 8 vt
Schalmei 4 vt

Klavieromvang: C - f’’’

Pedaalomvang: C- f’

Koppels:

Hoofdwerk-Rugwerk
Hoofdwerk-Borstwerk
Pedaal-Hoofdwerk
Pedaal-Rugwerk 
Pedaal-Borstwerk

Op het borstwerk betreffen de groene registers verplaatsingen vanuit het rugwerk; De Nasard 3 vt klonk voorheen als Nasard 1 1/3 vt op het rugwerk.

De Prestant 8 vt op rugwerk was voorheen een Prestant 4 vt. Thans klinkt in het groot octaaf van dit register de Holpijp 8 vt. De Mixtuur 4 vt was met gewijzigde samenstelling voorheen Scherp 4 st. De Mixtuur 5-6 st op het hoofdwerk klonk voorheen als Mixtuur 6-8 st. In het borstwerk is het groot octaaf van de Viola di Gamba 8 vt gecombineerd met de Fluitdoes 8 vt. Met handmatig te bedienen klapdeuren kan het borstwerk als echo-werk gebruikt worden.

De roerige geschiedenis van het orgel in de Oude Sint Nicolaaskerk brengt ons naar het jaartal 1748. In dat jaar besloten de Utrechtse Domorganist Johann Philipp Albrecht Fischer (+/-1700-1778), voormalig organist te IJsselstein (1723-1725), de plaatselijke organist Evert Rittel (-?-) en enkele orgelbouwers dat het toenmalige orgel, waarschijnlijk een positief, onherstelbaar was.

Johann Heinrich Hartmann Bätz (1709-1770) te Utrecht levert een plan en een tekening voor een nieuw orgel. J.Ph.A. Fischer keurt dit plan goed en acht het noodzakelijk de dispositie met twee of drie 'grooter en zwaarder' registers uit te breiden, omdat het orgel tegen de Westmuur van de Kerk geplaatst zou worden.

Een reconstructie van archivarische bronnen (1) leidt tot onderstaande dispositie van het Bätz-orgel, dat als eerste nieuwe orgel geldt dat door J.H.H. Bätz in Nederland gebouwd werd en op 13 oktober 1750 opgeleverd is. In 1756 levert Bätz nog enkele stemmen extra op.
In 1843 werd door Stulting/Maarschalkerweerd een Viola Di Gamba 8vt. aan de dispositie toegevoegd. Dit register verving de carillon 3st. die door H.H. Hess in 1788 aan de dispositie van Bätz was toegevoegd. 
Latere archivarische bronnen (G.H. Broeckhuyzen) laten de sexquialter in de dispositievermelding achterwege. Het is onduidelijk of dit per abuis gebeurde, of dat dit register mogelijkerwijs vervangen was door het door Hess geplaatste carillon.

Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal  (2)
Prestant 8 vt
Bourdon 16 vt 
Quintadeen 8 vt (1756) 
Octaaf 4 vt
Quint 3 vt
Superoctaaf 2 vt
Sexquialter (disc.)
Mixtuur 4-6 st
Trompet 8 vt
Tremulant

Prestant 4 vt (1756)
Viola di Gamba 8 vt (1843) 
Holpijp 8 vt
Roerfluit 4 vt
Gemshoorn 4 vt
Flageolet 1 vt
Vox Humana 8 vt (1756)
Tremulant (1756)

Aangehangen

Klavieromvang: C - c'''

Koppels:
Hoofdwerk-Bovenwerk
Hoofdwerk-Pedaal (2)

Van de dertien Bätz-orgels die J.H.H. Bätz bouwde is het orgel te IJsselstein het enige dat uit een hoofdwerk en bovenwerk en aangehangen pedaal bestond. Hierbij kan echter wel aangetekend worden, dat het feitelijk ging om één werk, met twee windladen en verdeeld over twee klavieren (één werk met plenum, inclusief Bourdon 16’ en Cornet, en het andere met fluiten). Het is dan ook het enige Bätz-orgel, waarbij in de holle velden bezijden de ronde middentoren, drie pijpenveldjes boven elkaar geplaatst zijn: twee voor de dubbele discant van de prestant 8 vt op het hoofdwerk, één van de prestant 4 vt van het bovenwerk (die overigens ook dubbel uitgevoerd was). Voor deze werken- en frontindeling volgt J.H.H. Bätz zijn leermeester Christian Müller (1690-1769) (zie bijvoorbeeld orgel Bavo-kerk Haarlem).

1) Bron: Oost G. (1973). De Orgelmakers Bätz; een eeuw orgelbouw in Nederland 1739-849. Canaletto, Alphen aan de Rijn, 2e druk 1977.
2) Hoewel exacte informatie over het pedaal ontbreekt, mag op basis van andere orgels van J.H.H. Bätz aangenomen worden dat het pedaal aangehangen was en een omvang had van C-c’ en dat een koppel met het hoofdwerk voorzien was. (Oost, 1973:220-223).

In 1911 werden kerk en orgel door brand verwoest.

In 1915 werd een nieuw orgel gebouwd door Firma J. de Koff te Utrecht.
Dit 
werd in 1916 opgeleverd met de volgende dispositie.

Hoofdwerk Zwelwerk Pedaal
Prestant 8 vt
Bourdon 16 vt 
Roerfluit 8 vt
Violon 8 vt
Spitsfluit 4 vt
Quint 2 2/3 vt
Octaaf 2 vt
Mixtuur 3-5 st
Cornet 5 st
Trompet 8 vt
Prestant 8 vt
Holpijp 8 vt
Viola di Gamba 8 vt 
Gemshoorn 2 vt
Roerfluit 4 vt
Nasard 3 vt
Woudfluit 2 vt
Sifflet 1 vt
Hobo 8 vt
Tremulant
Subbas 16 vt
Octaafbas 8 vt
Gedektbas 8 vt
Octaaf 4 vt
Bazuin 16 vt
Trompet 8 vt
 
Klavieromvang: C - f""

Koppels: 
Hoofdwerk-Zwelwerk
Hoofdwerk-Pedaal
Zwelwerk-Pedaal

In 1968 werd dit orgel verkocht aan de Martuariakerk te Assen, waar het door ruimtegebrek niet geplaatst kon worden. Vervolgens werd dit orgel doorverkocht aan de gereformeerde gemeente te Kampen. In 1973 werd dit door firma Reil te Heerde geplaatst en tevens voorzien van een rugwerk.

In 1971 werd een nieuw orgel geplaatst door orgelbouwer Van Vulpen te Utrecht.