De orgelgeschiedenis in de Oude St. Nicolaaskerk
[
./p1pag.html]
[
./p2pag.html]
[
./p4pag.html]
[
./p5pag.html]
[
./p6pag.html]
[
./p8pag.html]
[
./p9pag.html]
[
./p2pag.html]
[
./p4pag.html]
[
./p1pag.html]
[
./p7pag.html]
[
./p10pag.html]
[
./p4pag.html]
De roerige geschiedenis van het orgel in de Oude St. Nicolaaskerk brengt
ons naar het jaartal 1748. In dat jaar besloten de Utrechtse Domorganist
Johann Philipp Albrecht Fischer (+/-1700-1778), voormalig organist te
IJsselstein (1723-1725), de plaatselijke organist Evert Rittel (-?-) en
enkele orgelbouwers dat het toenmalige orgel, waarschijnlijk een positief, onherstelbaar was.
Johann Heinrich Hartmann Bätz (1709-1770) te Utrecht levert een plan
en een tekening voor een nieuw orgel. J.Ph.A. Fischer keurt dit plan goed
en acht het noodzakelijk de dispositie met twee of drie 'grooter en
zwaarder' registers uit te breiden, omdat het orgel tegen de Westmuur
van de Kerk geplaatst zou worden.
Een reconstructie van archivarische bronnen (1) leidt tot onderstaande
dispositie van het IJsselsteinse Bätz-orgel, dat als eerste nieuwe orgel
geldt dat door J.H.H. Bätz in Nederland gebouwd werd en op 13 oktober
1750 opgeleverd is. In 1756 levert Bätz nog enkele stemmen extra op.
In 1843 werd door Stulting/Maarschalkerweerd een Viola Di Gamba 8vt.
aan de dispositie toegevoegd. Dit register verving de carillon 3st. die
door H.H. Hess in 1788 aan de dispositie van Bätz was toegevoegd.
Latere archivarische bronnen (G.H. Broeckhuyzen) laten de sexquialter
in de dispositievermelding achterwege. Het is onduidelijk of dit per abuis
gebeurde, of dat dit register mogelijkerwijs vervangen was door het door
Hess geplaatste carillon.
Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal (2)
Prestant 8 vt Prestant 4 vt (1756) Aangehangen
Bourdon 16 vt Viola di Gamba 8 vt (1843)
Quintadeen 8 vt (1756) Holpijp 8 vt
Octaaf 4 vt Roerfluit 4 vt
Quint 3 vt Gemshoorn 4 vt
Superoctaaf 2 vt Flageolet 1 vt
Sexquialter (disc.) Vox Humana 8 vt (1756)
Cornet 4 st Tremulant (1756)
Mixtuur 4-6 st
Trompet 8 vt
Tremulant
Klavieromvang: C - c'''
Koppels:
Hoofdwerk-Bovenwerk
Hoofdwerk-Pedaal (2)
Van de dertien Bätz-orgels die J.H.H. Bätz bouwde is het orgel te
IJsselstein het enige dat uit een hoofdwerk en bovenwerk en aange-
hangen pedaal bestond. Hierbij kan echter wel aangetekend worden, dat
het feitelijk ging om één werk, met twee windladen en verdeeld over twee
klavieren (één werk met plenum, inclusief Bourdon 16’ en Cornet, en het
andere met fluiten). Het is dan ook het enige Bätz orgel, waarbij in de
holle velden bezijden de ronde middentoren, drie pijpenveldjes boven elkaar
geplaatst zijn: twee voor de dubbele discant van de prestant 8 voet op
het hoofdwerk, één van de prestant 4 voet van het bovenwerk (die
overigens ook dubbel uitgevoerd was). Voor deze werken- en frontindeling
volgt J.H.H. Bätz zijn leermeester Christian Müller (1690-1769) (zie
bijvoorbeeld orgel Bavo-kerk Haarlem).
1) Bron: Oost G. (1973). De Orgelmakers Bätz; een eeuw orgelbouw in
Nederland 1739-1849. Canaletto Alpen aan de Rijn, 2e druk 1977.
2) Hoewel exacte informatie over het pedaal ontbreekt, mag op basis van
andere orgels van J.H.H. Bätz aangenomen worden dat het pedaal
aangehangen was en een omvang had van C-c’ en dat een koppel met het
hoofdwerk voorzien was. (Oost, 1973:220-223).
In 1911 werden kerk en orgel door brand verwoest.
In 1915 werd een nieuw orgel gebouwd door Firma J. de Koff te Utrecht.
Dit IJsselsteinse de Koff-orgel werd in 1916 opgeleverd met de volgende
dispositie.
Hoofdwerk Zwelwerk Pedaal
Prestant 8 vt Prestant 8 vt Subbas 16 vt
Bourdon 16 vt Holpijp 8 vt Octaafbas 8 vt
Roerfluit 8 vt Viola di Gamba 8 vt Gedektbas 8 vt
Violon 8 vt Gemshoorn 2 vt Octaaf 4 vt
Spitsfluit 4 vt Roerfluit 4 vt Bazuin 16 vt
Quint 2 2/3 vt Nasard 3 vt Trompet 8 vt
Octaaf 2 vt Woudfluit 2 vt
Mixtuur 3-5 st Sifflet 1 vt
Cornet 5 st Hobo 8 vt
Trompet 8 vt Tremulant
Klavieromvang: C - f""
Koppel:
Hoofdwerk - Zwelwerk
Hoofdwerk - Pedaal
Zwelwerk - Pedaal
In 1968 werd dit orgel verkocht aan de Martuariakerk te Assen, waar het
door ruimtegebrek niet geplaatst kon worden. Vervolgens werd dit orgel
doorverkocht aan de gereformeerde gemeente te Kampen. In 1973 werd
dit door firma Reil te Heerde geplaatst en tevens voorzien van een
rugwerk.
In 1971 werd een nieuw orgel geplaatst door orgelbouwer van Vulpen te
Utrecht.
Van Bätz tot Van Vulpen
[
./p15_i.pag.gerrit_christiaan_de_gierpag.html]
[
./p7pag.html]
[
./p10pag.html]
[
Web Creator]
[
LMSOFT]